Het verhaal van KlaasKlaas Smit, geboren op 26 februari 1930, was even in Nederland terug voor het 60-jarig huwelijksfeest van zijn zus en zwager. Hij vertelde over zijn leven, voordat hij weer vertrok naar Canada. Het geboortehuis van Klaas stond aan de Sponturfwijk. Zijn ouders waren Roelof Smit en Aaltje Spijker (zij kwam uit Rouveen). Vader en moeder Smit kregen vijf dochters: Jentje, Hendrikje, Klaasje, Geesje, Aaltje en een zoon Klaas. Vader Smit had een klein boerderijtje, op de plaats waar we nu het pand Sponturfwijk 26 vinden. Het echtpaar Smit is daar omstreeks 1923 komen wonen. Op een gegeven moment werd het huis te oud en te klein. Het werd gedeeltelijk afgebroken en het voorhuis werd volledig vernieuwd, voor een bedrag van totaal 1900 gulden.
Naar school
Klaas bezocht de Christelijke lagere school aan de Zwolseweg (afgebroken). Samen met z’n zussen en enkele buurkinderen liep Klaas er dagelijks naar toe. Enkele leerkrachten waren o.a. juf van Veen, juf Dieleman, juf Miedema (tijdens de oorlog) en meester Koerselman (hij is nog opgepakt in de oorlog).
Klaas vertelde dat (ondanks dat hij wel eens voor straf in de hoek stond) het best een leuke tijd was op school. Met de jongens voetbalde hij in het bos achter de school. Dit gebeurde op klompen. Er sneuvelde nogal eens een klomp. Geld voor een nieuwe was er niet, dus kwam er een bandje over. De jongens bouwden ook graag hutten in het bos. Het was een favoriete speelplek. In de oorlog oordeelden de Duitsers dat gymnastiek een verplicht vak moest zijn op school. Zomers zwemmen en ’s winters gymnastiek. Klaas vertelde dat hij het leren zwemmen het enige positieve punt is dat hij zich nog van de oorlogstijd kan herinneren.Vervolgonderwijs en werken
In 1942 is er een ambachtschool in Dedemsvaart gekomen en wel in een gedeelte van Hotel Steenbergen (nu Varwijk Meubelen). In 1943 ging Klaas leren voor timmerman. Na ruim twee jaar ging hij werken bij de Vries en Meyerink, later aannemersbedrijf Buitenhuis (Hoofdvaart). Tijdens de oorlogsjaren was er niet veel nieuw materiaal voorhanden en bestond het werk grotendeels uit reparatiewerk, vooral het uitstukken van deuren in de boerderijen. Klaas vertelde dat hij tijdens de werkzaamheden bij de boeren, menigmaal mocht meeëten tussen de middag. Zijn eigen brood nam hij dan weer mee naar huis. Een tweetal collega’s die hij zich nog herinnert waren: Johan Siegers en Bertus Michel.Naar Canada
Omstreeks 1950 kwam Egbert Jan Witten (getrouwd met zus Hendrikje) terug uit Indie. Hij begon binnen de familie te praten over een vertrek naar Canada. Daar was volgens hem vast meer te verdienen dan hier in Holland. (Begin jaren vijftig was er een hausse van emigranten naar verschillende plaatsen over de oceanen).
Klaas vertrok in 1952 en ruim een jaar later vertrokken moeder Smit en drie dochters eveneens naar Canada. Jentje ging niet mee. Zij nam samen met haar man Geert Bouwman het boerderijtje over. Hun toekomst lag in Nederland. Zo werden veel families in de jaren vijftig door emigratie gescheiden.Terug naar de jeugdjaren
Water heeft altijd aantrekkingskracht op kinderen, zo ook op Klaas en vriendje Meeuwis. Vissen in de “Sponturfwieke” was een geliefde bezigheid, Meeuwis met een bamboehengel, Klaas niet. Hij moest creatiever denken en hij haalde een tak uit de boom, een stuk touw eraan , een speld als haak en zo werd er vrolijk gevist. Bij mooi weer gingen ze zwemmen en wel in water bij het Strooiendorp. In de volksmond werd dit de ”Nijewieke” genoemd. Ongeveer tegenover het huidige Strooiendorp 6 (toen was daar Geu Meesters woonachtig) was een harde zandplaat en hier kon de jeugd zich prachtig vermaken.Oorlog
Klaas vertelde enige ervaringen, die hem zijn bijgebleven. Zo zaten op een avond Klaas en zijn vader aardappels te schillen voor het middagmaal van de volgende dag [dit was altijd hun taak). Ineens was er een enorme dreun. Ze zagen drie ramen kapot knappen. Ze keken naar buiten en zagen richting de Langewijk een strook van vuur, tegelijkertijd hoorden ze vliegtuigen. Een Engels vliegtuig werd in de lucht aangevallen door enkele Duitse jagers. Het Engelse vliegtuig probeerde weg te komen maar liet zijn lading vallen. Een geluk bij een ongeluk was, dat deze in een drassig weiland terecht kwam, anders was de ramp niet te overzien geweest.
Nog een ervaring. Klaas en Meeuwis wilden de bevrijding meevieren en liepen richting Dedemsvaart. Opeens hoorden ze geweerschoten. De jongens werden bang en vluchtten bij mensen binnen. Ze hebben daar gezamenlijk een poosje in de kelder gezeten.
Later op de dag liepen de jongens naar Balkbrug. Op enige afstand zagen ze Duitse soldaten met enkele mannen lopen. Ze hoorden dat er geschoten werd richting Sponturfwijk. Klaas en zijn vriend maakten dat ze thuis kwamen.
Wat was er nu gebeurd die dag? Terwijl de Canadezen zich terugtrokken naar Gramsbergen en Coevorden en de plaatselijke leden van de verzetsbeweging zich bij hen aansloten, keerden een paar Duitsers vanuit Balkbrug weer terug naar Dedemsvaart. Ze hadden in de gaten dat ze geen schijn van kans hadden tegen de Geallieerden en waren woest. Ze wilden nog even laten zien, wie de baas was. Bij het tramstation aangekomen zagen ze een groep mensen, die bij elkaar stonden om de bevrijding te vieren. Dat werd een paar van hen fataal. De Duitsers pakten tien mannen op. Een daarvan wist te ontsnappen door in het water te springen en heelhuids de overkant te bereiken. Er werd nog wel op hem geschoten, maar in hun halve dronkenschap wisten de Duitsers hem niet te raken. De andere negen werden afgevoerd naar Balkbrug. Wat daar gebeurde, is bekend. Een groot drama.Vader overleden
Op een dag waren vader Smit en Klaas met paard en wagen onderweg. Opeens schrok het paard, waarschijnlijk door de schittering van zonlicht. Het paard sloeg op hol en het hele spul kwam in het water terecht. Vader Smit had door dit ongeval zoveel van het toen toch wel erg vieze water binnen gekregen, dat hij een week later is overleden. Het gezin Smit bleef met veel verdriet achter, maar het moest wel verder. Moeder besloot enige stukken land en wat koeien te verkopen. De dochters verdienden wat geld door uit werken te gaan en zo redden ze het samen.Emigreren
Zoals al eerder genoemd is het grootste deel van het gezin Smit de oceaan overgestoken en is daar helemaal ingeburgerd. Klaas heeft op verschillende plekken gewerkt, o.a. bij een tuinderij. Later heeft hij het timmermanschap weer opgepakt. Nu geniet hij van zijn vrije tijd en komt hij met hij met regelmaat in zijn geboorteland. Hij geniet dan van het wandelen in ” ’t Heuveltiesbos” en het eten van de hier toch wel goedkope ”bruune bonen”.
Klaas zijn levensvisie is: ”Zo gezond mogelijk eten door zo weinig mogelijk vlees te nuttigen.”
Klaas benoemde een uitspraak van Hippocrates die leefde van 460-370 v Chr.: ”Laat uw voedsel uw geneesmiddel zijn en uw geneesmiddel uw voedsel.”Tot slot
Moeder Smit is er niet meer. Met het ouder worden werd haar geheugen wat minder en als men haar dan vroeg: ”Hoe oud ben je?” Dan zei ze de volgende spreuk:
”Ik ben zo oud als mijn handen
maar niet als mijn tanden,
Mijn hoofd en mijn oren
zijn op dezelfde dag geboren.”
Marry Brand-Doosje